Help! Mijn kind van twee knijpt mij

May 25, 2017

En met enige regelmaat ook nog! En het ergste… Als ik heel hard ‘au’ roep, is dat de leukste reactie die ik kan geven, hij schiet in de lach en doet het nog eens. Herkenbaar? Lees dan zeker door!

 

Toen hij nog een baby was, friemelde hij altijd met zijn handjes aan mijn arm of mijn nek. Nu niet meer. Nog heel af en toe, wanneer hij écht moe is. Toch resulteert dat dan dikwijls in meer kracht zetten. Met volle overgave zet hij dan zijn handen in mijn nek en knijpt op volle kracht. Het doet pijn, maar als ik het laat blijken wordt het nog erger.. Wat dan wel?

 

Wanneer een kind iets doet dat écht niet kan, vraag ik me vaak als eerste af waarom hij het doet. Hierbij ook. Ik kan er een hele ontwikkelingspsychologie op loslaten, maar laat ik eens beginnen bij mezelf.

 

Wanneer heb ik zin om heel hard te knijpen, met de deuren te slaan, de trap op te stampen, iemand te slaan, met kopjes te gooien enz.? Als ik boos ben.. Of verdrietig? Beiden. Eigenlijk als ik mijn emoties niet meer onder controle kan houden. Sterker nog, als ik de controle verlies in het algemeen. Je kan je dan voelen alsof je zweeft, alsof je geen houvast meer hebt. Is het mogelijk dat een kind dat ook ervaart?

Wanneer gebeurt het? Een vraag die heel goed is te stellen in deze situatie. En wat is die situatie?

 

Het verliezen van de controle over de situatie of je emoties, kan het effect van slaan en knijpen hebben. Je ziet het versterkt bij kinderen met een autistisch verwante stoornis. Ze kunnen helemaal in paniek raken, doorslaan, wanneer een situatie plotseling verandert, of wanneer iets niet gaat zoals ze verwacht hadden. De remedie? Niet altijd gemakkelijk. Maar één van de mogelijkheden is regelmatig ‘aarden’. Een woord dat wat zweverig klinkt, maar eigenlijk heel logisch is. Door het verlies van de controle, kan het voelen alsof je geen contact meer hebt met enige vorm van structuur. Ook niet meer met je eigen lichaam. Het gevoel dat je zweeft in emoties, omdat je geen houvast meer hebt. Door weer te voelen dat je in je lichaam zit, kan je een stukje controlegevoel terug krijgen. Dit is wat je met aarden doet. Je stampt hard op de grond, duwt met je armen tegen de muur, gaat sporten. Je doet in elk geval iets met je lichaam. Psychologisch gezien, zet je door te ‘aarden’ de samenwerking tussen je linker- en rechterhersenhelft weer aan. Hierdoor ben je weer gefocust, kan je je weer concentreren en wordt je uit je gevoel gehaald.

 

De samenwerking tussen de hersenhelften is nog niet volledig ontwikkeld bij peuters. Zij komen logisch gezien eerder ‘vast’ te zitten in hun gevoel. Peuters kunnen daarnaast zelf nog geen structuur aanbrengen. Dat doen volwassenen voor hen. Wanneer de structuur ineens verandert, of ze te moe zijn om het te zien, kan dit hetzelfde effect hebben als bij iemand met een autistisch verwante stoornis. Dit maakt niet dat je kind direct autistisch is! Dit maakt dat je kind nog niet alles goed kan verwerken en structuur nodig heeft.

 

Iedereen heeft structuur nodig, God heeft in de Schepping al orde aangebracht. Water werd gescheiden van land, er kwamen dieren op het land en dieren in het water. Er werden namen gegeven aan alles dieren enzovoorts. Dit was niet voor niks. Wij mensen hebben een bepaalde mate van structuur nodig, zo zijn we gemaakt. De hoeveelheid is voor iedereen anders. Als volwassene weet je (meestal) hoeveel structuur jij zelf nodig hebt. Een kind moet dat nog leren, met vallen en opstaan. Je zal bij een kind dus ook vaker het gedrag kunnen zien van iemand die geen controle meer heeft. Het hoort erbij, houdt er rekening mee. Let erop hoeveel structuur je kind nodig heeft en houdt je daar zoveel mogelijk aan.

 

Preventief is altijd fijn, maar het lukt niet altijd. Soms verandert een situatie gewoon zomaar, is het kind heel moe en komt het gedrag van knijpen of slaan terug. Wat doe je dan?

  1. Besef je in de eerste plaats waar het vandaan komt. Wanneer je een reden weet, is het begrip altijd groter.

  2. Maak oogcontact met je kind voordat je met hem gaat praten. Dit hoeft niet door zijn gezicht vast te houden ofzo, de naam noemen en even wachten tot hij reageert is genoeg.

  3. Benoem de oorzaak, wanneer deze bekend is. Bijvoorbeeld ‘Je bent moe he schat.’ Of ‘gaat het anders dan je had gedacht, wat vervelend voor je. Het kan nu even niet anders.’

In sommige gevallen is dit genoeg. Zoek vervolgens samen afleiding, zodat hij kan ‘aarden’.

Helpt het niet?

  1. Benoem je kind dan wat hij doet, dat het je pijn doet en dat je niet wil dat hij iemand pijn doet.

  2. In sommige gevallen is zelfs dat niet genoeg. Herhaal dan dat je niet wil dat hij je pijn doet, dat je hem dan even bij je vandaan moet zetten. Zet hem nadat je dit gezegd hebt op een 'time out' plek.

Wanneer eenmaal is doorgedrongen tot je kind dat hij iets gedaan heeft wat echt niet mag, kan het zijn dat hij het goed wil maken. Geef die ruimte! Ook al komt hij direct op je af voor een knuffel, omarm hem en zeg dat je het fijn vindt dat hij het goed maakt. Maak duidelijk dat je van hem houdt, ondanks zijn gedrag. Als hij van deze plek komt, is het logisch dat hij het goed komt maken. Zo niet, zet hem dan terug.

 

Is jouw situatie complexer? Kom je er zelf niet uit? Neem dan contact met me op! Ik hoor graag jouw ervaringen en denk dan met je mee.

 

Liefs Ellen

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Please reload

Archief
Please reload

Volg ons
  • White Facebook Icon
  • White LinkedIn Icon
  • White Pinterest Icon
Voor elkaar, bij elkaar, met elkaar