Voor elkaar, bij elkaar, met elkaar

Driftbui in de supermarkt, wat doe je eraan?

April 18, 2018

 

Wie kent hem niet?! Jaren voordat ik kinderen kreeg hoorde ik er al over. Een soort schrikbeeld waar ouders het wel eens over hebben. De een wil hem voorkomen, de ander zegt er wel even mee om te kunnen gaan. Kortom, we hebben allemaal onze mening al klaarstaan nog voordat we zelf kinderen hebben. Totdat, ineens op dat onbewaakte moment, het jouw kind is dat zich ter aarde stort, spartelend en gillend. Daar sta je dan als ouder met een groot vraagteken boven je hoofd mompelend: ‘ik zei alleen maar dat we dat snoepje thuis pas gingen opeten….’

 

Bijna elke peuter heeft wel eens een driftbui, de ene wat vaker dan de andere. Bij de ene zijn ze te voorspellen, bij de ander totaal niet. Waarom hebben peuters dit eigenlijk? Kan jij het als opvoeder voorkomen? Hoe dan? En wat als hij een driftbui krijgt, wat zijn de do’s en don’ts? Ik ga het je vertellen, lees mee!

 

In de cognitieve ontwikkeling van een kind gebeurt ontzettend veel in de eerste paar jaar. Een baby wordt geboren als onderdeel van de wereld. Hij heeft nog geen besef van wat de wereld is en zelfs niet wat hij zelf is. Een baby ontdekt eerst zijn eigen lijf, zijn ledematen en dan ontdekt hij langzamerhand dat hij ook iets kan doen met die ledematen. Hij kan invloed uitoefenen op de wereld. Hé, dat betekent dat je niet alleen onderdeel bent van de wereld, maar ook los staat van de wereld en hier iets in kan veranderen! Dat is leuk! De baby ontdekt dat hij dingen kan verplaatsen.

 

Zijn motorische ontwikkeling gaat zover dat hij zelf ook kan verplaatsen, de wereld wordt steeds groter. Hij krijgt steeds meer invloed op de wereld om hem heen. Lopend kan je nog veel meer! Je kan je speelgoed naar een andere ruimte verplaatsen. En hé, dat is leuk, ik kan dingen wél doen, of juist níet doen! En dat heeft een effect… Langzaamaan wordt de wereld groter en het besef van wat het kind kan doen om hier invloed op uit te oefenen wordt ook groter. Hij krijgt door dat hij los staat van de wereld, omdat hij er macht op kan uitoefenen. En niet alleen op de materialen om hem heen, maar ook in de sociale omgang. Als je ‘nee’ zegt, betekent dat iets, als je ‘ja’ zegt betekent dat ook iets. De peuter begint hier in de eerste plaats mee te oefenen en krijgt steeds beter door dat het ook echt een effect oplevert.

 

Ongeveer tegelijkertijd beseft hij zich dat hij een ‘ik’ is. Een eigen persoon die zelf dingen kan willen en niet kan willen. Dat is het moment dat de strijd met de omgeving begint. Want je kan wel dingen willen, maar dat betekent niet dat het altijd op jouw manier kan gaan. Een ontdekking waar het kind de rest van zijn leven mee om zal moeten gaan. Driftbuien horen hier bij. Het kind wordt boos omdat er iets niet gebeurt wat hij wel wil. De ene persoon kan gemakkelijker zijn eigen wil ondergeschikt maken dan de andere. Bij sommige peuters zit het gewoonweg in het karakter om er niet zo’n punt van te maken. Andere peuters maken van elk ding dat anders gaat dan (in hun hoofd) gepland een punt. Het hoort bij de ontwikkeling om grip te krijgen op de wereld, om invloed uit te kunnen oefenen op de wereld. Het is daarom belangrijk om dit niet in de weg te gaan staan. Driftbuien kan je, voor een groot deel, wel voorkomen. En als ze er zijn, kan je er mee omgaan zonder de ontwikkeling in de weg te staan én (nog leuker) zonder grote conflicten.

 

In de eerste plaats kan je driftbuien voorkomen door je kind zoveel grip op de wereld te geven als hij aankan. Dit kan je geven door een vaste structuur in de dag aan te brengen. Hierdoor weet je kind wat hij kan verwachten en ervaart hij meer vrijheid.

 

Belangrijk om te weten is dat peuters die veel driftbuien hebben vaak; gevoelige kinderen zijn; moe zijn; veel prikkels hebben gehad, of heel veel moe(s)ten conformeren aan hun omgeving. Dit is in de eerste plaats waar je als ouder al rekening mee kan houden in het voorkomen van een driftbui. Bedenk je of je kind nóg een uitdaging aankan waarin hij niet de controle mag hebben. Stel dat je kind de hele ochtend met andere kinderen heeft gespeeld, verwacht dan niet dat hij daarna jou zal volgen in wat jij wil als opvoeder. Hij heeft simpelweg al de hele ochtend op andere kinderen gelet, moeten conformeren naar wat zij wilden. Geef hem dan eerste even ruimte om zelf te spelen, of zelf te controle te hebben over wat jullie gaan doen. Daarna kan je weer proberen iets van hem te vragen. Ga niet aan het eind van de dag nog met je vermoeide kinderen naar de supermarkt. De taks aan prikkels en energie is dan simpelweg al bereikt.

 

Misschien ben jij zo’n ouder die inderdaad oplet of je kind niet te moe is en dan niet meer van je kind vraagt om jouw wil te volgen. Dan beperk je het aantal driftbuien, fijn! Voor jou en voor je kind.

Jij zal ook een moment tegen komen dat het niet anders kan. Je hebt een drukke dag gehad, maar moet echt nog even een boodschapje doen. Je kind is oververmoeid, maar zal toch echt naar bed moeten (en wil dat uiteraard niet). Wat dan!?

 

In de eerste plaats wil ik je vertellen wat er gebeurt als een kind een driftbui heeft. Stel je eens voor… Je hebt een dagje Efteling gepland, je kijkt er al weken naar uit en de dag van te voren wordt je ziek. Wat voel je dan? Je hebt een vakantie Zuid-Frankrijk geboekt en je rijdt op de weg erheen je auto in de prak.. Wat ervaar jij dan?

En dan zijn wij volwassen en kunnen we relativeren, kunnen we onze emoties reguleren.

Het is gewoon stom, je bent boos en verdrietig en onmachtig allemaal tegelijk. Waarschijnlijk bedenk je uiteindelijk, ‘ach, we doen het wel een keer over’ of ‘we laten de ANWB dit oplossen en gaan alsnog lekker op vakantie, met een beetje vertraging’. Zo ver kan een peuter niet denken. Hij heeft nog geen besef van tijd. Dus als iets nu niet kan, weet je nooit of het ooit wel kan. Zijn oplossend vermogen is nog niet helemaal ontwikkeld, dus hij kan niet snel een alternatief bedenken.

Daar komt bij dat een kind van 0-4 jaar in een continu hechtingsproces zit. Als iets niet gaat zoals hij het bedacht had, dan is het een hele onzeker situatie waarin de veiligheid wegvalt.

 

Dus wat jij als opvoeder kan doen, wanneer het niet te voorkomen valt?

  1. Blijf rustig; dit geeft je kind het gevoel dat hij mag zijn wie hij is en dat daar waar hij de controle kwijt is, de meest betrouwbare persoon in zijn omgeving gelukkig wel de controle houdt.

  2.  

    Houdt je kind, als dat kan, vast; Troost hem, hij heeft jouw nabijheid, jouw veiligheid nodig om hier doorheen te komen. Als je hem niet vast kan houden, blijf dan bij hem in de buurt. Zodat hij direct bij jou kan komen als hij uit zijn meest heftige emotie is. Negeren van je kind, is ook het negeren van de emotie en geeft de indruk dat je kind niet mag zijn wie hij is mét zijn boosheid.

  3. Leg de wereld uit; Vertel je kind rustig waarom hij boos is. Dit helpt hem om in de toekomst zijn emoties te kunnen reguleren, door ze in woorden te kunnen uitdrukken. Bijvoorbeeld ‘Jij wil graag nu dat snoepje opeten hè? Daar ben je heel boos en verdrietig om, dat mag, ik ben bij je.’ Doe dit één, hooguit twee keer. Blijf niet in herhaling vallen, want daarmee haal je steeds de oorzaak naar boven, waardoor de hele bui weer opnieuw begint.

  4. Laat je kind boos zijn, laat hem huilen; Door te huilen maken kinderen het stofje ‘cortisol’ aan in de hersenen, dat ervoor zorgt dat ze zich weer gelukkig voelen. Huilen heeft een kind nodig om los te laten. Vaak is het na een huilbui over en kan hij zelf iets bedenken wat hem afleidt van zijn emotie. Laten huilen betekent dat je als opvoeder stil bent, hooguit wat troostende uitdrukkingen doet (‘kom maar’, ‘toe maar’, neuriën helpt vaak ook). Kom niet met oplossingen, want hiermee sta je het eigen oplossende vermogen (en daarmee de creatieve ontwikkeling) van je peuter in de weg.

  5. Bij een driftbui omdat je kind niet doet wat jij wil; laat je eigen idee even los en vraag ‘Wat wil jij eigenlijk?’ Hierdoor beweeg je even mee met je kind en ga je niet haaks in op wat zijn ideeën zijn. Je erkent zíjn idee en kan het dan vormen in wat jij wil. Bijvoorbeeld: Jij wil dat je kind op zijn stoel gaat zitten en je kind wordt heel boos: ‘Wat wil jij eigenlijk?’ ‘Ik wilde drinken pakken!’ ‘Ow.. Nou, pak even wat drinken en ga daarna op je stoel zitten’.

 

Heeft jouw peuter veel driftbuien waar hij lastig uitkomt? Weet jij als ouder niet meer goed hoe je ermee om kan gaan? En/of heb je er veel last van? Neem dan contact met me op, dan zoeken we samen een oplossing.

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Please reload

Archief
Please reload

Volg ons
  • White Facebook Icon
  • White LinkedIn Icon
  • White Pinterest Icon